gekeken waar je was
wolkentoppen
hoger dan de Olympus
geven lijnen de toekomst
wolken levensschets
de hemel zwaait de groeten
van ieder die daar verblijft
De bramenstruik
doornt langs mijn arm
prikt in vingers
maar ik heb beet
Volle vruchten
bloeden tussen
mijn vingers gaan
het zakje in
Ik zie hoe we
daar tegen de
zonsondergang
stonden plukken
Ze streelde de
struik leeg langs haar
vlugge vingers
een zak jam vol
Nu sta ik in
de struik voel hoe
ze kijkt en haar
hoofd lachend schudt
Het regende
gerrit is dood
dacht ik terwijl
ik wegholde
Schimmen schuilden
rond het kasteel
torens onaf
zweefde regen
In slierten nat
op het fietspad
stonden bomen
streng in de rij
Alsof ze de
begrafenis
speelden trokken
ze ernstig smoel
In dat dichte
wolkendek zag
ik eindelijk
een brede grijns
Gerrit is niet
dood kijk maar in
je boekenkast
en lees het zelf
We rijden in
gedachten naar
almelo al
kan het glad zijn
We gaan toch om
haar verjaardag
te vieren het
cadeautje mee
We weten heus
dat het van haar
niet hoeft want ze
heeft toch genoeg
Het is al feest
dat we komen
daar is verder
niks bij nodig
We zoenen haar
op de wang voor
driekwart eeuw op
deze aardbol
Tot we weten
dat het niet kan
wat feest moet zijn
maakt verdrietig
Maar we weten
ook dat ze leeft
in gedachten
hoera hoera
Mijn boek ruikt naar
de vorige
eigenaar zijn
geur leest met mij
Ik snuif de geur
op bladzijden
want zijn vingers
gleden hier langs
Voor zijn ogen
uit vraten de
letters even
zijn gezichtsveld
Zou hij wat ik
lees ook hebben
gelezen het
boek ziet zo vers
Dan drukt een stip
van een potlood
op de bladzij
hier was hij ook
Ik dicht een eind
vooruit letters
schuiven in beeld
ze vervormen
In gedichten
spreekt de dode
laatste woorden
in gedachten
Dwaal ik af naar
dantes hel waar
een warme gloed
mijn woorden vult
De laatste zin
een paukenslag
slaat terug als
een boemerang
