ogen van de zon
stralen onder de wolken
vlak voor afzakken
Vingers glijden
over het scherm
zoeken juiste
letters voor het
Aanraken tot
een woord uit de
brei ontstaat en
dan komt een zin
Zo zit ik dag
aan dag en stel
met fantasie
een gedicht op
De ene dag
met verdriet want
het is slecht maar
soms ook heel trots
Wat ik nu denk
laat zich raden
gaat niet voor niets
over dichten
Poezie ligt
op straat tussen
de spleten van
de stoeptegels
Een woord fladdert
omhoog van een
voorbijganger
een raar hoedje
Wipt hem na het
iemand praat in
het openbaar
de telefoon
Zo dichten de
regels zich los
van fantasie
samen gedicht
Het gedicht waait
met de snelheid
van het licht in
een vergezicht
Geen gezicht dit
lichte bericht
verschuild verstild
in dit gedicht
Het rijmt niet wat
hier staat slaat een
tang in gezicht
en klinkt verplicht
Woorden kleuren
pimpelpaars met
gele zucht ik
ben opgedicht
Ik verdwaal in
gedachten voor
het huis ligt een
verbaasd doolhof
Ik zoek zinnen
een ingewikkeld
pakhuis waar het
denken verstopt
Ik geloof dat
ik het antwoord
overal en
nergens zal zien
Het raadsel zit
in een gedicht
verstopt verkoold
in het woordrijm

Ik dicht mijzelf
veel wijsheid toe
zeker als het
om de drek gaat
Drekpoëten
zijn er meer dan
lezers van de
gedichten zelf
Ik zink weg tot
diep in de drek
van mijn gedicht
en denk niet na
Modder bedekt
mijn gedichten
en houdt kwade
ideëen weg
Ze hoeven mij
niet te redden
uit deze drap
waarin ik zit
Ik geniet van
het schrijven van
de bagger die
hier uiteenvalt
Dit gedicht geeft
geen schoonheid maar
het lelijke
verstopt liefde