het varkentje draait
zo zoetjes in de modder
genoegens knorren
Harde wereld
verzacht vloeibaar
stroomt in dunne
riviertjes weg
Ze trekken zich
weer terug de
vorstkoning is
uitgevroren
Groen trekt een streep
door het wit dat
grijs transpireert
watergootjes
De grond drast mijn
voeten zuigen
zich vast in de
modderstromen
Ik fantaseer
hoe hier witte
wereld was of
het zomergroen
Ik dicht mijzelf
veel wijsheid toe
zeker als het
om de drek gaat
Drekpoëten
zijn er meer dan
lezers van de
gedichten zelf
Ik zink weg tot
diep in de drek
van mijn gedicht
en denk niet na
Modder bedekt
mijn gedichten
en houdt kwade
ideëen weg
Ze hoeven mij
niet te redden
uit deze drap
waarin ik zit
Ik geniet van
het schrijven van
de bagger die
hier uiteenvalt
Dit gedicht geeft
geen schoonheid maar
het lelijke
verstopt liefde