fietsend naar huis
rij ik samen op
wolkje van de hoop
De band puft zich
leeg terwijl wij
boodschappen doen
voor het weekend
Hij zucht en blaast
om de zware
weg die hij ging
en straks moet gaan
Als ze opstapt
trapt ze traag weg
hij fietst zwaar zegt
ze tegen mij
De band is lek
leeg drukt het wiel
op het asfalt
dat wordt lopen
Ik liep de band
lek op weg de
fietsenmaker
schudde het hoofd
Als vandaag een
zaterdag was
zou ik hebben
moeten wachten
Nu holde ik
de werkplaats in
met de lekke
fiets in mijn hand
Aan het eind van
de middag is
hij klaar zei hij
de fiets pufte