uit witte vleugels
steken grijze donskopjes
van kleine zwaantjes
Je zegt niks maar
dit moment zegt
genoeg voor het
even samen
Alles tintelt
in de kleuren
van de ochtend
ik kan je zien
Lichten achter
de wolken zo
begeerlijk nog
onder dekens
Een zwaan klept mijn
droom wakker de
veren dreigend
opgetrokken
De dreiging is
te groot voor de
vrede weg vliegt
hij door je licht
Een zwarte zwaan
ving ik de nek
ontworstelde
zich aan mijn greep
Beide vleugels
sloegen om zich
heen ik greep weer
en liet niet los
De jutezak
stond klaar om hem
in te stoppen
het lukte niet
In gevecht met
de donsveren
van mijn dekbed
wakkerde ik
De zwaan kleeft aan
druppels glijden
over vette
veren omlaag
De kop duikt de
plomp in en graast
over bodem
van moddersloot
De nek trekt uit
het water hijst
de kop verder
druppels omlaag
Wat daar op het
water drijft laat
het slootnat van
zich afglijden
Kleef aan trekt zich
niks aan waarin
hij zwemt plakt zich
snel van hem los
Vanmorgen zwom
de familie
zwaan door de gracht
statig nek hoog
In een trage
peddelslag ging
het voorbij pa
voor ma achter
Later zag ik
ze samen staan
bij het park aan
de waterkant
Ze aten gras
eentje blies boos
de grassprieten
uit de snavel
Een heuse clan
hees zich op in
water en dreef
statig verder