ogen blikken
zacht de neerzwakkende zon
een waterspiegel
De waterkant
is een spiegel
wolken drijven
door het water
Ik zoek de wolk
die door het
meer zwemt achter
het hoentje aan
Dan kruist de kop
van de wolk een
drijvend flesje
en raakt een eend
Al peddelend
een stuk blauw dat
meedeint op de
kleine golfjes
Ik zoek de zon
en zie dat ze
zich net nog schuilt
achter het riet
Dagen lengen
de afstand van
toen naar nu ligt
even ver weg
De spiegel van
de tijd kaatst de
afstand van toen
terug naar nu
Het verschil van
toen en nu is
misschien minder
groot dan ik wil
Als ik maar lang
genoeg kijk staat
een beter ik
ver achter mij