regenpenselen
druppelen dikke wolken
in de grijze lucht
Je schilderde
woorden op het
witte doek in
een lange stroom
Het leek wel een
rivier met in
de lucht wolken
koeien op gras
Ik keek en ik
vergeleek met
wat ik zag het
klopt niet zei ik
Dat zijn niet de
wolken echt zei
je maar zo ben
ik van binnen
Ik droomde je
liep langs mijn huis
met schilderskwast
en een ezel
Ik zwaaide en
riep je zwaaide
terug terwijl
je verder liep
Waar ga je heen
riep ik je was
onderweg naar
iemand anders
En ging verder
tot ik later
je zag zitten
aan het water
Wanneer ik je
kon tekenen
in vegen de
rode tinten
Blos op wangen
het haar keurig
naar achteren
opgestreken
De glimlach een
mona lisa
de ogen in
het mooiste bruin
Maar mijn penseel
strijkt alleen maar
woorden kaal en
zonder een kleur
Het blijft bij een
zwak schilderij
van woorden loos
op doek gekwakt