de dag krijgt een kus
de zachtgeel blauwe hemel
bloost er gewoon van
De vorst regeert
mensenharten
voor het spelen
gaat beginnen
Draaft de koning
een lintje door
de vorst buigt voor
zijn troon vandaag
Goud snoert de mond
voor een feest mag
dat best want het
bewaakt zwijgen
Dan tuur ik het
goud uit de mond
morgen is het
weer opgedroogd
De koning spreekt
hij brabbelt wel
lekker over
droom en sprookje
Zijn vrouw in blauw
het bloed kruipt waar
het niet gaan kan
kletst in accent
Of ze nu echt
blond is of het
haar verft dat is
onbelangrijk
Een sprookje gaat
verder woorden
wegen op elk
schaaltje meer goud