de avond spreekt goud
verlegen portemonnee
dus neem het ervan
Het duin schaduwt
over de zee
daarachter piept
de zon een schijn
De schuimkoppen
veranderen
in golven met
goud ingelegd
De ene na
de andere
staaf van goud slaat
stuk op het strand
Daar blazen de
koppen uiteen
op ribbels zand
van de windzee
De zon streelde
het perron met
lange halen
van gouden gloed
Schoof over de
tegels de rails
weerspiegelden
het ochtendlicht
Alles kleurde
in morgenrood
een goudstaaf zag
ik naderen
De bocht om werd
hij langer en
groter steeds iets
verder nabij
Ik voelde hoe
licht vergulde
mijn binnenste
zacht goud gloeide
De vorst regeert
mensenharten
voor het spelen
gaat beginnen
Draaft de koning
een lintje door
de vorst buigt voor
zijn troon vandaag
Goud snoert de mond
voor een feest mag
dat best want het
bewaakt zwijgen
Dan tuur ik het
goud uit de mond
morgen is het
weer opgedroogd