in bomen de zon
springt van de hak op de tak
zingend roodborstje
De kruinen zijn
het hoofd van de
bejaarde man
kaal en futloos
Zwaaien takken
hoog op zuchten
van moeie wind
overdreven
Tikken takken
zachtjes mee op
de donkere
najaarshemel
Hoog dobbert daar
een takkenknot
als kraaiennest
dat winter zwaait