de huishoudtrap op
over de ramen een zeem
streeploos opgedroogd
De avond valt
het schemert al
vorst vriest het ijs
de rest donkert
Ik kijk buiten
een meeuw vliegt langs
het raam ziet het
is vers gezeemd
De hemel trekt
strepen over
het glas zachte
plukjes wolken
De laatste zon
knipoogt binnen
ik zie trots wat
ik gelapt heb