wolkje bij de koffie
een plak pinksterkoek
geestige zon
Ik liep deze
pinksterdag door
de regen die
aanhoudend viel
Het verdriet van
de twee jongens
leek in een keer
neer te vallen
Grote kringen
dreven op de
plassen en het
waterpeil steeg
Een zondvloed op
als uit het niks
daalde met de
regen een duif
Ze bleef zitten
op de schutting
en koerde een
zware mineur
Want droog werd het
niet meer alleen
de hoop dat het
morgen stopte
De geest zoekt de
fles en merkt dat
hij iets nieuws kan
terugvinden
Kom schepper kom
geest en de rest
pinksteren we
zijn er vol van
Muziek klinkt dr
hymne van de
creator komt
overwinnen
Het nieuwe klinkt
zo vertrouwd of
het altijd zo
geklonken heeft
Tot de knieën
zakt de geest in
het water kent
geen genade
Het water schept
tevreden om
zich heen schrokt een
laatste stuk geest
Op een mooie
pinksterdag neemt
de zon bezit
van iedereen
Ik geniet een
boek voel hoe de
geest langzaam mijn
gedachten wint