de blauwe hemel
voor de wolken verschijnen
glimlacht Maria
Er drijft een schip
over wolken
ruwe baren
golven stuimig
De hemel vaart
het schip verder
van west naar oost
oneindig tocht
Nimmer vaart de
hemel zo stil
vredig rustig
deint lucht golven
Dan nadert een
storing het schip
verdwijnt in de
donkere lucht
Behouden vaart
het schip op de
wolken vaart traag
een vergezicht
Hoger dan de
blauwe lucht ga
ik niet in mijn
zoektocht omhoog
Onze lieve
heer mag daar dan
wonen achter
de wolken hoog
Boven is het
stil alleen een
vogel krijst van
een boomtak neer
Om de hemel
binnen varen
draaien mensen
rondjes omhoog
Het blauwe niets
noemen een paar
dat maar voor mij
zit daar alles