schouder aan schouder
drukken de wolkjes adem
een klein streepje zon
Stroomde al mijn
adem leeg dan
blies ik als een
vierkant fluitje
Nu zuigen mijn
longen lente
op uit bomen
in het stadspark
Gris ik toch een
hele ochtend
vrij geluiden
van merels op
Ze fluiten een
symfonie van
voorjaar uit hun
kleine longen
Ik zoek woorden
voor het bakje
voer tussen de
kruimels brood in
Dan weet ik dat
het goed is en
eindelijk mag
ademhalen